Omschrijving van het project:

Het dynamisch gedrag van treinen is gedeeltelijk het heen en weer wiegelen dat in hoofdzaak wordt veroorzaakt door oneffenheden en onregelmatigheden, verkantingstekorten en windbelasting. Het heen en weer wiegelen van de stroomafnemers op de treinen moet worden beperkt om te voorkomen dat de mechanische en elektrische profielen van de infrastructuur worden aangetast en dat de rijdraad van de stroomafnemer in winderige omstandigheden loskomt.

Het ontwerp van de bovenleiding hangt dus af van randvoorwaarden zoals windbelasting, spoortracé, rollend materieel en gebruikte stroomafnemers en resulteert dus in een specifiek ontwerp van de bovenleiding voor een bepaalde lijn of net (overspanningslengte, rijdraadhoogte ...).

De methoden voor de berekening van spanningsinvloeden worden hoofdzakelijk beschreven in Europese normen (TSI, EN), aangevuld met landspecifieke voorschriften (b.v. IN). In de TSI's zijn de basisparameters vastgelegd, zoals de maximale laterale afwijking van de bovenleiding, maar er worden veel verschillende aannames en regels gebruikt om deze parameter te berekenen. Bijgevolg zijn de maximumlengten van de toegestane overspanningen verschillend in de verschillende lidstaten van de EU, zelfs wanneer de bovenleidingen in een aantal vergelijkbare gevallen worden geïnstalleerd.

TUC RAIL is door het Europees Spoorwegbureau (ERA) geselecteerd om het raakvlak te bestuderen tussen de stroomafnemers Euro / 1950 en het ontwerp van de bovenleiding die in de volgende zes EU-landen wordt gebruikt: Frankrijk, België, Spanje, Duitsland, Italië en Polen.

Het doel van de studie was het ERA (Europees Spoorwegbureau) te voorzien van een duidelijke technische en economische analyse van de parameters voor het ontwerpen en aanpassen van bovenleidingsystemen op het spoorwegnet van de EU om ze geschikt te maken voor stroomafnemers van zowel 1950 mm als 1600 mm.

Missie van TUC RAIL:

TUC RAIL was belast met de studie van het raakvlak tussen stroomafnemers en bovenleiding om de optimale omstandigheden te vinden die een invloed hebben op de tractie, met de studie van het huidige bovenleidingsontwerp rekening houdend met de beperkingen van de infrastructuur (bv. elektrisch profiel) en met de studie van de waarschijnlijkheid van een samenloop van storingen (statistiek en risicoanalyse).

Voor deze studie werden zowel de TSI's (Technische Specificaties voor Interoperabiliteit) als de nationale ontwerpvoorschriften voor elk van de 6 geselecteerde landen geanalyseerd. Door middel van interviews met de betrokken spoorweginfrastructuurbeheerders werd aanvullende informatie verzameld over de operationele processen die werden toegepast voor het ontwerp van de bovenleiding. Voor elk land werden enkele secties van bestaande lijnen op de respectieve netten geanalyseerd om na te gaan en te begrijpen hoe de normen en technische specificaties van elke bovenleiding in een reëel project worden toegepast. Bij de studie is rekening gehouden met zowel conventionele als hogesnelheidslijnen en met beide elektrificatiesystemen (gelijkstroom en wisselstroom).

De resultaten van de studie, die in een ERA-rapport zijn gepubliceerd, laten mogelijke parameters zien voor de aanpassing van het bovenleidingontwerp om zowel stroomafnemers van 1600 mm als stroomafnemers van 1950 mm op het hele Europese net te kunnen gebruiken, en tegelijkertijd een veilige en efficiënte exploitatie te garanderen.

Door deze expertisemissie voor ERA uit te voeren, heeft TUC RAIL zijn technische competentie in verschillende Europese landen kunnen demonstreren.